Uit NDZinloos debat tussen moslims en christenen door Gerard ter Horst Een inhoudelijk debat tussen moslims en christenen is zinloos omdat het een gesprek tussen doven is. Gerard ter Horst deed vorige week verslag van zo'n debat in het Limburgse Roermond. Onthutsend was het, het moslim-christendebat dat vorige week donderdagavond in Roermond werd gehouden, met drie islamgeleerden versus drie zelfbewuste christenen.
Onthutsend, bijvoorbeeld omdat een ingewikkeld debat eenvoudig was terug te voeren op een overeenkomstig basaal uitgangspunt van beide partijen: het ene heilige boek tegen dat van de andere, Bijbel versus Koran. 'De Koran zegt hierover...' versus 'maar de Bijbel leert ons dit, bijvoorbeeld in het evangelie van Johannes...'
Zo ging het de hele avond door. En juist omdat men elkaar niet bereikte met de eigen bronnen en het eigen heilige boek, werd met name bij de moslims op steeds fellere toon het eigen grote gelijk vanuit de Koran geclaimd. Deprimerend, zo'n gesprek tussen doven.
Het debat was ook onthutsend omdat de drie christenen - prof. Cees Dekker en de voorgangers Oeds Blok en Moritz Pfähler - ingepakt werden in een islamitische 'setting' waarop ze weinig of geen invloed hadden. De debatleider was zelf moslim en maakte daar geen geheim van, gaf soms de islamgeleerden gelijk en bevestigde een enkele keer dat de Koran het inderdaad zo leerde. Ofwel, als een scheidsrechter in de boksring kende hij de punten vooral aan zijn 'broeders' toe.
HumorDat de zaal met radicale moslimjongeren was gevuld, leek eveneens van invloed. Hoewel deze jongeren zich uiterst vriendelijk en welwillend gedroegen, stimuleerde hun aanwezigheid de islamgeleerden om iedere mogelijkheid aan te grijpen om het gelijk van de Koran opnieuw te onderstrepen. Het christelijke panel, dat opviel door beleefdheid, respect en een zekere zachtmoedigheid, had daarop geen antwoord.
Opmerkelijk was dat de islamgeleerden zich bedienden van humor die ontwapenend werkte en waarmee ze met regelmaat de lachers op hun hand kregen. Zowaar geen geringe factor in een beladen debat. De jonge islamgeleerde Aboe Ismail, die inhoudelijk fel en scherp te werk ging, maakte enkele goede grappen. Het christelijke panel kon er geen enkele grap tegenover zetten.
Tot slot, en dat was opnieuw onthutsend, verloor het debat ergens halverwege zijn respect en daarmee zijn onschuld. Dat was het moment dat dezelfde Ismail op hoge toon vanuit de Bijbel - het basale uitgangspunt was voor even verlaten, maar was dat winst? - wilde aantonen dat ook daarin Jezus niet als dé Zoon van God werd afgeschilderd. Die arme christenen lezen hun eigen heilige boek niet eens goed, was zijn spottende suggestie. De zaal vond het prachtig, en Ismail deed er nog een schepje bovenop: ,,God hoeft zich echt niet in allerlei bochten te wringen om mensen te vergeven. Dat kun je gewoon aan hem vragen. Daarvoor hoeft Hij niet af te dalen naar de schoot van een vrouw'', riep hij uit.
SleutelmomentDit was een sleutelmoment en dat werd gevoeld: Ismail ging de grens over en dreef de spot met de God van de christenen. Onder het handjevol christenen in de zaal ontstond deining. Het christelijke panel volstond met nee-knikken, de debatleider weigerde hun het woord voor een weerwoord. Ismails uithaal bleef onbeantwoord, waarmee op zijn minst de suggestie overeind bleef dat hij een zinnige opmerking had gemaakt.
Ismail zei ook iets zinnigs, maar dan vooral over zichzelf: dat het in zíjn beeld van Allah niet past dat deze een zoon zou hebben, laat staan dat deze zoon het hoogste offer brengt dat een mens brengen kan, namelijk het afleggen van zijn eigen leven om dat van anderen te redden. Daar hadden de christenen best op mogen wijzen.
Wat is nu de winst van zo'n debat, ga je je na een voorstelling van bijkans vier uur als vanzelf afvragen. Nu, vanuit christelijk perspectief was in Roermond die winst er niet of nauwelijks. Als eventueel winstpunt viel de zachtmoedigheid van de christelijke sprekers te noteren, die weldadig afstak tegen het zwart-witte gepreek van de islamgeleerden.
Maar is dat een winstpunt? Het is maar hoe je het bekijkt. Jezus waarschuwde zijn discipelen, die hij als schapen onder wolven zond, scherpzinnig te zijn als een slang en daarbij de onschuld te behouden van een duif (Matteüs 10). Met de onschuld zat het wel goed, maar waar was de scherpzinnigheid gebleven?